VO De Vallei – Donderdag 12 april: persconferentie over Corona. Allerlei maatregelen worden afgekondigd. Hoge scholen en universiteiten moeten online gaan lesgeven. Mijn zoon vindt het maar vaag. ‘En moet ik dan gewoon elke dag de bus in, met allemaal mensen?’

Een paar dagen later gaan ook middelbare en basisscholen dicht. En dan zit zoon ineens fulltime thuis. Geen school, geen sport, geen werk, maar gelukkig wel met een hele gezellige familie. Gezelligheid kent geen tijd.

Maar blijkbaar kan gezelligheid na een paar avonden monopoly ook teveel worden. Het gamen wordt uit de oude doos gehaald. Van de laatste centen – Opa, wil je mijn oude mobiel overkopen? Tuurlijk, jongen – wordt een headset aangeschaft en kan er geminecraft worden met ‘oude’ overzeese bekenden. Computertijd kent geen tijd.

Na een paar avonden (ruim begrip) komt de volgende fase: vroeg naar bed, vroeg op. Hardlopen, douchen en klaar voor de dag. Een dag duurt lang. En vervelen is ook maar vervelend. Na vier jaar democratisch onderwijs is één ding duidelijk geworden: als je iets wilt, moet je zelf initiatief nemen.

Er popt een nieuw project op: ‘Kunnen we die tuin, of wat daarvoor moet doorgaan, dan niet nu eens gaan aanpakken?’ Onder leiding van zoon wordt de trampo ontmanteld, grind weg geschept en tuinaarde omgeploegd.

‘Enne, voor een nieuw bed is voorlopig toch geen geld, kan ik dan niet zelf gewoon een bed in elkaar timmeren?’ Zo ontstaan er allerlei activiteiten.

Na elkaar en naast elkaar: boodschappen doen voor oma, toch maar die vervelende tafels leren. ‘Mam, wil je me even overhoren?’ Samen met zus een Spaanse Netflixserie bingewatchen en ondertussen starten met Spaans leren spreken, want ‘…dat is handig voor straks, dan kunnen wij praten en kunnen papa en mama ons niet verstaan.’

En tussendoor is er tijd voor ontspanning: dobbelen, kaarten, eten koken, wandelen, fietsen, grasmaaien en toch ook maar weer dat eeuwige monopoly. Tijd genoeg tenslotte.