De Tijd en Ruimte – Niet ver van de school klonk een sirene. Twee kinderen hadden de ambulance al snel gespot: hij reed het parkeerterrein van het winkelcentrum op. ‘Mogen we kijken!?’ riepen ze enthousiast. Kennelijk zien ze niet zo vaak een ambulance vlak bij de plaats van bestemming. Ik was niet zo enthousiast. ‘Weet je, als er iemand op de grond ligt die hulp nodig heeft, dan is het voor die persoon helemaal niet leuk als er heel veel mensen komen kijken. Dus, nee, ik ga niet met jullie mee naar het winkelcentrum.’

‘Maar we kunnen heel ongemerkt langslopen, en dan stiekem kijken, dan ziet niemand dat,’ zei de oudste, en hij deed prachtig voor hoe dat er dan uit ziet. Maar hij begreep ook wel dat dat niet zou werken. We gingen naar de computer om te kijken naar de 112-meldingen. Misschien was er wel iets over het incident te vinden. Emma stopte even met haar PC-werk en samen keken we naar alle meldingen, codes, termen, tijden. En ja hoor! Het winkelcentrum werd genoemd: een ambulance met gepaste spoed. Meer niet. Daardoor werden de kinderen weer enthousiast om te gaan kijken: wat zou er toch gebeurd zijn…? 

Voor Emma was dit een mooie aanleiding om haar ervaring met een ambulance te vertellen: ze is ooit van een paard gevallen, en heeft 20 minuten op de ambulance gewacht. Na een kwartier kreeg ze door hoeveel mensen er stonden te kijken, en ze beschreef hoe vervelend ze dat vond. De jongens waren onder de indruk. Nee, ze hoefden niet meer te gaan kijken. En raad eens wat er even later gespeeld werd?