Veldhoven Magazine – Sinds oktober 2017 heeft het voormalige gebouw van de Prins Willem Alexander school aan de Blaarthemseweg een nieuwe bestemming: DOE040. Een democratische school voor leerlingen van 4 tot en met 21 jaar. Leren doe je hier op een natuurlijke manier vanuit je eigen motivatie, met behulp van inspirerende ruimtes en inspirerende mensen van alle leeftijden.

Al toen ze zelf op school zat, stelde DOE-oprichter Jacqueline van Ewijk kritische vragen. “Op een dag moest mijn moeder komen: ik was zo brutaal. Op de vraag van mijn moeder wat ik dan deed, zeiden ze: ‘Ze stelt de hele tijd maar vragen’. Hier mogen kinderen de hele dag door alles vragen. Dat stimuleren we juist. Als je bijvoorbeeld om hulp durft te vragen, dan overwin je jezelf, ben je sterker dan een beer. En je geeft iemand de kans om jou te helpen en daar weer van te leren.” 

Brabantse familie
Toen haar eigen zoons op het regulier onderwijs vast liepen, besloot Jacqueline niet alleen kritische vragen te stellen, maar ook echt iets te doen. “Ik kan gaan klagen of zeuren of ik kan er iets aan doen, Ook dat leerde mijn moeder me.” In 2013 begon Jacqueline DOE op het TU-terrein in Eindhoven. Van 12 leerlingen groeide de school uit tot inmiddels 77 kinderen. De locatie in Veldhoven biedt plaats voor maximaal 120 kinderen. “Groter willen we ook niet. We willen de omvang houden van een grote Brabantse familie met alle neefjes en nichtjes. Je weet wie wie is. En doordat de leerlingen niet zijn ingedeeld op leeftijd, leren de kinderen ook van elkaar.” 

Moeilijkste en meest vrije school
De filosofie van DOE: ontwikkeling kun je niet van bovenaf opleggen, die ontstaat in een veilige omgeving met inspirerende mensen met wie je je verbonden voelt. “Kinderen hebben veel vrijheid. Door je neus achterna te gaan, doe je toevallige ontdekkingen, waar je meer van leert dan van een vooropgezet lesplan. Als leerling ben je als het ware de ‘kapitein’ van je eigen schip. Je stuurt dus zelf je ontwikkeling. Dat maakt DOE ook wel ‘de moeilijkste school van Nederland’ omdat je verantwoordelijk bent voor je eigen ontwikkel- en leerproces. De hele dag doen waar je zin in hebt, is niet makkelijk. In het begin zie je kinderen echt denken: ‘Wat moet ik nu?’. Sommige kinderen blijven soms weken zitten, maar niemand zegt hen wat moet. Wel worden ze uitgenodigd. Zo leren kinderen geloven dat ze echt mogen doen wat ze zelf leuk vinden. Dan gaat het ineens bruisen.” Jacqueline benadrukt: “Vrijheid kan niet zonder verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid moet je kunnen en willen nemen. Het is dan ook zeker geen losgeslagen bende.” 

Sociocratisch
Hoe zit het met de D van Democratisch? De school is opgezet als minimaatschappij en wordt bestuurd via sociocratisch georganiseerde kringen, waaraan leerlingen en medewerkers gelijkwaardig deelnemen. “Zo leer je dat je zelf veranderingen kunt bewerkstelligen, als je je er voor inzet.” De schoolkring is het hart van de school. Als je op DOE iets wil veranderen, een regel wil invoeren of juist afschaffen, dan schrijf je een motie voor de schoolkring. Die neemt volgens een vaste structuur een besluit over de motie. De schoolkring heeft 25 hulpkringen, die besluiten mogen nemen over specifieke onderwerpen. Zo is er een Poetskring, een Inrichtingskring, ICT-kring, Communicatiekring, Feestkring en een Ontdek-kring. Je kunt ook zelf een nieuwe kring starten door hiervoor een motie in te dienen in de schoolkring.

Bemiddelingskring
Een bijzondere kring is de bemiddelingskring (BMK). Die kun je inzetten wanneer het je niet lukt om een conflict in de school op te lossen. Er zijn vaste BMK-leden, die door de schoolkring worden gekozen. Zij helpen volgens een vastgestelde procedure bij het zoeken naar een oplossing voor de ontstane situatie. Jacqueline: “We maken kinderen bewust door ze zelf te laten ervaren. In een bemiddelingskring vertelt iedereen wat hij of zij heeft beleefd. Zonder discussie. Dan volgt een ronde waarin iedereen vertelt wat je zelf kunt doen om de situatie op te lossen of te verbeteren. Het gaat niet om de dader of het slachtoffer, maar om de situatie. Ook als ‘dader’ wil je dan bijdragen. Leerlingen voelen zich hier gehoord en gezien.”

Kleuters
Vlinder (10) zit sinds haar zesde op DOE. Ze geeft ons een rondleiding door de school, samen met een vriendinnetje dat twee jaar ouder is. Als je binnenkomt, check je in met een pasje en aan het einde van de dag check je ook weer uit. Op een groot bord in de hal zie je wat je welke dag in welke ruimte kunt doen. Bij binnenkomst bepaal je dus zelf waar je naartoe gaat. Alleen de kleuters beginnen altijd in hun eigen ontwikkellokaal: een speellokaal ingericht voor de ontwikkelingsfasen van de allerjongsten. Maar iedereen mag er komen. De ruimte wordt gecreëerd door de kinderen en groeit door aanpassingen. Zo speelden de kinderen altijd keukentje in een bepaalde hoek. Daar wordt nu een ‘hotel’ gebouwd. Opa Hans heeft een kleinzoon op DOE en helpt als vrijwilliger mee met het opknappen van het gebouw. “Ik help een uur per week mee met dingen als elektriciteit. Er is hier nog heel veel te doen. Het gebouw kende flink wat achterstallig onderhoud, maar er zijn grote plannen. En de kinderen helpen mee en leren zo spelenderwijs.”

Creatief uiten
In het atelier kunnen kinderen zich creatief uiten, net als in de werkplaats. Uit de muziekruimte klinken strakke beats. Een leerlinge en muziekdocent Walter houden een gitaarduel. Max (17) speelt drums. Hij doet zijn oordoppen uit en vertelt dat hij zich op zijn oude, massale school niet thuis voelde. “Ik werd er gepest en had er genoeg van. Ik heb hier een paar dagen meegelopen en werd gelukkig toegelaten. Het eerste jaar ben ik vooral bezig geweest mezelf te zoeken. Daarna ben ik begonnen met gitaar en drummen. Ik heb Engels op VWO-niveau gehaald en ben aan het kijken of ik naar de Rock Academy kan. Ik wil graag sound engineer worden.” 

Apps programmeren
In het studielokaal kun je rustig studeren, maar je kunt er ook overleggen en samen leren. Vlinder: “Je leert altijd, maar hier ben je bewust aan het studeren. Je kiest waar je op dat moment het meeste zin in hebt.” Zo leren Thomas en Sander via een online cursus hoe je apps kunt programmeren. In het Engels, zodat je ook meteen aan de taal werkt. Sander: “Heb je hulp nodig, dan kun je op het forum terecht. Maar dat heb ik nog niet nodig gehad. Ik ben er nu zo’n twintig uur per week mee bezig en thuis ga ik er gewoon mee door.” 

Staatsexamen
Else (16) kwam naar DOE toen ze 14 was. “Op mijn oude school voelde ik me niet fijn. Ik wilde sneller. Hier kan je op je eigen tempo leren. Ik heb nu al voor 5 vakken examen gedaan. En ik wil ook Russisch gaan oppikken. Je wordt hier niet op cijfers afgerekend, het gaat om jouw ontwikkeling. Er is veel ruimte om je eigen keuzes te maken. Eerst wilde ik alleen maar zo snel mogelijk mijn examens doen, maar je leert hier zoveel meer. Zoals je mening verwoorden en omgaan met heel veel kinderen van verschillende leeftijden en niveaus. Dat is goed voor je sociale vaardigheden. En doordat je veel zelf maakt, ontwikkel je ook je creativiteit.” Ze vervolgt: “Dit is voor mij het onderwijs van de toekomst, hier wil ik later ook zelf lesgeven.” Else liep al een week stage op het ministerie van onderwijs en wetenschappen en wil het liefst de opleiding [naam] doen. 

‘Ontdekken wat we willen’
Sanne en Anne hebben hun Havodiploma op een andere school gehaald en zijn nu een jaar op DOE om te ontdekken wat ze echt graag willen. Anne: “Ik wist niet precies wat voor studie ik wilde doen. Ik kon wel in Arnhem op kamers gaan zitten, maar mijn broer zat hier al op school en dit leek me een beter oplossing. Ik doe Spaans, Filosofie en Maatschappijleer, vakken die ik niet kreeg ik op mijn oude school, omdat ik daar al tweetalig onderwijs kreeg.” 

Geen straf, maar consequentie
Er werken bij DOE veel educatief ondernemers, mensen met een bevoegdheid die voor zichzelf zijn begonnen, bijvoorbeeld als kindercoach. Zoals Han. “Nadat ik heel ziek ben geweest, besloot ik dat ik alleen nog dingen wilde doen waar ik blij van werd.” De voormalig sportdocent, die ook bij Defensie lesgaf, werkte een tijd lang met autistische kinderen. “Die individuele aandacht voor kinderen beviel me goed. Hier kan dat ook. Ik leer heel veel van deze jonge mensen. Iedereen mag onderzoeken waar hij of zij blij van wordt. Wanneer gaat het goed met een kind? Als het goede cijfers haalt? Als het in het systeem past? In het regulier onderwijs moet je allemaal in het zelfde malletje passen, door het zelfde vierkantje, al ben je een rondje. Zo doen we niet aan straffen, wel aan consequenties. Tegen een kleuter die in de zandbak drie keer zand over een ander kind gooit, zeg je: ‘Ik ga even op jou passen’. Je blijft in verbinding en zet een kind nooit uit de groep. De vrijheid wordt beperkt tot we allebei merken dat het kind het weer alleen kan. En soms zegt een kind zelf: ‘Ik denk dat ik nog even bij jou moet blijven’.

Voorbereid op maatschappij
Hij vervolgt: “De sociaal-emotionele veiligheid hier is groot. We laten kinderen niet uit de bocht vliegen, maar helpen hen in de bocht te blijven. Zo zijn ze straks beter voorbereid om deel te nemen aan de maatschappij. Daar kom je ook mensen tegen van allerlei niveaus en leeftijden. Net als hier. De ontwikkelingen in de maatschappij gaan in hoog tempo. Hier leer continu je aan anderen aan te passen, maar niet aan een systeem. De kinderen zelf zijn het belangrijkst.” 

> Download dit artikel als pdf